Dolomiti Xtreme – Val di Zoldo 2017

Afgelopen weekend ben ik een betere versie van mezelf geworden. Eigenlijk zijn we natuurlijk iedere dag een betere versie dan die van de dag ervoor, maar afgelopen weekend was speciaal. Enige maanden geleden was ik samen met Suus aan het dubben over welke race we samen zouden lopen. En deze leek ons beiden erg mooi, maar mij tegelijkertijd ook best heel spannend. Het eerste wat Lau zei, toen ik het voorstelde: “Kimmetje, zou je nou niet eens iets makkelijks uitzoeken”. Hmmm, “nee”, was mijn antwoord. Op een race als deze ga ik niet voor een tijd. Ik ga om mezelf te overwinnen. Eigenlijk ben ik namelijk een beetje een schijtzak met hoogtevrees en niet zoveel talent voor het dalen. Dus wat doe je dan om je angsten te overwinnen, ja juist, je schrijft je in voor de Dolomiti Xtreme. Want die is zo lekker technisch. Dat hoofd bleef een tijdje rustig totdat er zo’n leuk YouTube filmpje voorbij kwam. Ineens zag ik waar ik me voor had ingeschreven. Spectaculaire beelden van rotsen met kettingen en zeer steile afdalingen. Vanaf dat moment begon mijn hoofd te malen. De Limone Extreme Skyrace heb ik twee keer gelopen. Ook daar hadden ze zo’n filmpje van. En wat bleek, de stukken waar ik het meest bang voor was, die waren het leukste en verre van eng. Het is dus maar een “kopfsache”. In een ander filmpje werden meerdere lopers geïnterviewd, en de een na de andere vertelde dat het de zwaarste race ooit was. Ik hield mezelf maar voor dat het een beetje overdreven was. Puur marketingstrategie dacht ik……boy, was I wrong.

Naarmate de race dichterbij kwam werden mijn twijfels groter. Ik kan heel rationeel blijven praten tegen mezelf, maar het geloven is toch een ander ding. Dus ben ik erin gegaan met mijn “ik zie wel hoever ik kom” motto. Dan wordt het maar de eerste keer dat ik de cutoff niet haal, of ik durf gewoon niet verder. Life begins at the end of your comfort zone en niet geschoten is altijd mis.

Door de mannen des Huizes werden we naar de start gebracht op de race avond, alwaar de fotografen op ons afvlogen. Waarschijnlijk omdat er niet zoveel vrouwelijke deelnemers waren, en omdat we natuurlijk “natural beauties” zijn. In het eerste stuk heb ik een tijdje met Stella samen gelopen en Aivars kwam ook af en toe voorbij vliegen met zijn camera. Al keuvelend waren die eerste kilometers natuurlijk peanuts. Op een gegeven moment liep ik alleen en viel de schemering in. Toen gebeurde er iets vreemds in mijn hoofd. Opeens vond ik de bergen er heel onheilspellend uitzien. Ik voelde me niet meer prettig en dacht echt dat er iets zou gaan gebeuren tijdens de loop, het voelde bijna als een soort van paniek en ik wilde stoppen. Die val, nu exact een jaar geleden op de Zugspitze, heeft denk ik toch zijn sporen nagelaten. Ik herkende het gevoel. Ooit heb ik eens een klein ongelukje gehad op de snelweg. Daarna kreeg ik tijdens een ritje ineens een soort van paniekaanval. Maar stoppen ging niet. Want ook toen reed ik op de snelweg. Zo’n gevoel bereikt dat een soort hoogtepunt, maar door mezelf vermanend toe te spreken zakt het dan ook weer weg en escaleert het niet. Ik hield me voor, dat dit hetzelfde gevoel was. Een zelfde situatie.

Gelukkig werd het toen echt donker. Heerlijk vind ik dat, lopen in het donker. Andere sensoren gaan dan aan het werk en er komen altijd herinneringen terug van andere races. Dan voelt de atmosfeer zoals op Madeira, of de temperatuur zoals in de nacht op de Eiger. Heerlijk is dat. Het voelt vertrouwd. Maar mijn god, wat was het ondertussen al zwaar. Loodrecht omhoog, jezelf omhoog hijsen aan rotsblokken. Maar zolang het “auffi” (omhoog) gaat ben ik in mijn hummetje en haal ik lekker mensen in. Waarvan ik weet dat het weer zo’n leuk kat en muis spel gaat worden zodra we weer naar beneden gaan. Ergens in de nacht was de eerste heftige afdaling. Deels met een touw, die ineens ophield waar ik vond dat ik hem nog nodig had. Super steil maar toch stiekem ook best leuk. En meteen vraag ik me af, “hoe dendert Suus hier naar beneden?” Nou had ik natuurlijk al ontzettend veel bewondering voor de prestaties van Suus, maar dat ze op dit parcours 2e is geworden, in een tijd onder de 19 uur, daarvoor heb ik een enorm grote bewondering.

Bij Passo Duran (wild boys, galmt door in mijn hoofd) zijn de lopers om mij heen al in net zo’n modus als bij Col du Joly tijdens de TDS. Ter vergelijk, Passo Duran ligt op 30 km, Col du Joly op 86. Zombie modus dus. De zon begint op te komen en we lopen door een magisch decor. Ondanks dat het afzien al geruime tijd “aan” is, heb ik daar nog oog voor. Meestal roep ik dat een ultra pas begint bij 50 km, maar deze begon toch een stukje eerder. We komen op het pad dat ik samen met Pepijn bekeken heb door de verrekijker vanuit ons appartement. Ik herken er delen van en het is er werkelijk paradijs. Op dat stuk heb ik mijn eerste ontmoeting met Leo, die zijn naam eer aandoet met zijn prachtige wilde manen. Bij rif. Coldai wacht een verrassing. De verhuurder van onze vakantiewoning komt me daar tegemoet lopen met een verliefde blik in zijn ogen en vliegt me om mijn nek. Pepijn had al gezegd dat hij dacht dat de beste man een oogje op me had. Jeetje mina, ik kan me niet meer herinneren wanneer iemand me voor het laatst zo verliefd heeft aangekeken. Helaas valt hij net iets buiten mijn leeftijdscategorie en is hij al getrouwd, no Giorgio this time. Maar toch geeft het weer even een boost energie.

Mijn god, 50 km nog maar en nu al zo kapot. Ik verdring het feit dat ik nog maar op de helft ben. We hebben zeer technische stukken gehad en ik heb het overleefd. Het was helemaal niet eng, ik ben alleen maar een beetje traag op zulk terrein. So what, ik kom hier om mezelf te overwinnen, dus dat ga ik vandaag doen. Leo drinkt lekker een biertje en vlak voordat ik verder ga leer ik Rene kennen. Een Duitser, dus ik heb even het gevoel dat ik mijn “eigen” taal kan spreken. Leo drinkt vaker bier en dat bevalt hem goed. Ik denk dat ik geen stap meer zou kunnen verzetten als ik bier drink, dus ik begin er niet aan. Ik stop me vol met overheerlijke kaas, chocola en soep, ik lijk wel een boulimia patiënt.

Op naar de Talamini hut. Een belangrijk punt voor mij. Mensen uit Deventer zullen begrijpen waarom dat voor mij zo belangrijk was. Helemaal geen bijzondere hut, maar tot dat punt wilde ik in ieder geval komen. Het vriendelijke meiske daar bood me een kop koffie aan. Zoooo, daar was ik blij mee. Want zoals ook een paar andere lopers, had ik na de 53 km een after lunchdip. Leo loste dat op door werkelijk even te gaan slapen. Rene viel bijna lopend in slaap en ik dacht alleen maar “ik ga niet met mijn reet in de rode mieren liggen, maar oohh wat wil ik graag slapen”.

Met nog ongeveer 20 km te gaan of wellicht iets minder kwam ik Ida uit Finland tegen in het bos. We hadden elkaar al veel gezien onderweg. Vanaf dat moment zijn we samen gebleven. Ontzettend lief van Ida, want door een pijnlijke knie kon ik echt niet meer afdalen, maar geduldig bleef ze bij me. Die laatste 20 kilometer waren van een kaliber sadisme, waarvan de meeste SM-ers alleen maar kunnen dromen. Nog een hele steile afdaling en dan zou er volgens Ida een makkelijke klim komen. Niet dus….poehee, die vond zelfs ik nog heftig. Maar we werden beloond met een post in het paradijs. Hemeltje liefhebben, wat was het daar prachtig. En het deed me goed dat ik op kilometer 90 nog kon genieten. De laatste tien, ach dat zal toch een makkie zijn, hoopte ik. Wat had ik het weer fout. We bleven maar stijgen, terwijl we het gevoel hadden dat we moesten dalen. We zagen geen dorp en muziek hoorde we ook niet. Muisstil was het. En we waren toch echt al wel even onderweg. Het klopte gewoon niet. In mijn hoofd kreeg ik angstbeelden van sabotage en zag ik het al voor me dat we 120 km zouden lopen. Ook Ida vertrouwde het niet meer. Gelukkig had ik een powerbank meegenomen. Die sloot ik aan op mijn Suunto en het bleek dat we nog op de route waren. Dus strompelden we weer verder. Eindelijk gingen we een bocht om en zagen we het dorp liggen. Daar sloten zich nog twee Italianen bij ons aan en gingen we gezellig met ons viertjes verder. Eindelijk dalen, halverwege de hoofdlamp weer op en plannen maken voor in Chamonix. Want Ida loopt ook de UTMB, waar ik op dat moment echt even niet meer aan moest denken. Ik was er inmiddels toch echt wel klaar mee. Verbazingwekkend hoe die benen dan toch blijven gaan. Net een machine. Ze houden niet op. Vooral mijn hoofd wilde stoppen. En ja hoor, in het bos gingen we weer omhoog. Met z’n vieren tegelijk begonnen we te jammeren. Ik ben geloof ik nog nooit zo blij geweest om asfalt te zien. Eindelijk een weg. Wonderlijk genoeg hadden we ook nog gas voor een eindsprint, de mannen lieten we achter ons en hand in hand zijn we gefinisht. Onthaalt als winnaars door Suus, Edwin & Edwin en Pepijn. En natuurlijk de man van Ida. Omdat we samen als 10e zijn gefinisht kregen we zelfs allebei nog een prijs.

Maar de grootste prijs voor mij was toch wel die mega overwinning op mezelf. Mijn eerste reactie was, dit nooit meer. Nu denk ik er stiekem over hoe ik volgend jaar daar toch best een stukje sneller zou moeten kunnen lopen. Het blijkt maar weer: “The only thing you have to fear, is fear itself” (F.D.Roosevelt)IMG_1918

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s